In de 18e eeuw na Christus mocht de beoefening van de natuurwetenschappen zich in Europa verheugen in een grote publieke belangstelling.
1733-1780
In Middelburg werd in 1733 door de in Utrecht opgeleide geneesheer Leonardus Stocke, die had gestudeerd bij de hoogleraar Petrus van Musschenbroek, een tweetal gezelschappen opgericht, waarin hij onderricht gaf aan mannen uit de “gezeten burgerij”: het Genootschap in de Natuurkunde, en het Genootschap in de Bespiegelende Ontleedkunde. Twaalf jaar lang zou hij met veel enthousiasme de lessen verzorgen. Hij behandelde in het Genootschap in de Natuurkunde systematisch de diverse onderwerpen volgens de wetenschap ontwikkeld door zijn leermeester, de in Leiden docerende Willem ‘s Gravesande en waarbij hij zich mede baseerde op het door de assistent van Isaac Newton en tevens populaire popularisator Jean Theophile Desaguliers gepubliceerde boek “De natuurkunde uit ondervindingen ...”. In 1746 verlaat Stocke Middelburg. Zijn lessen worden voortgezet door Jan de Munck, stadsarchitect en astronoom, Johannes Nettis, oogarts, en ten slotte door Leendert Bomme, koopman en reder. Laatstgenoemde zorgde weer voor meer regelmaat in de lessen van het inmiddels Natuurkundig Collegie geheten gezelschap en voor de participatie van predikanten en regenten, onder wie de in 1779 na 13 jaren uit eigener beweging teruggetreden representant van de prins van Oranje in Zeeland, mr. Johan Adriaan van de Perre, die zich vanaf dat moment volledig kon gaan bezighouden met de wetenschapsbeoefening en de bevordering daarvan.
De gepresenteerde geschiedenis geeft alleen grote lijnen weer. Zij is ontleend aan de publicaties:
De oprichting
In 1780 is het dan zover. Van de Perre en Bomme richten met behulp van een achttal andere heren op woensdag 29 november formeel Het Natuurkundig Gezelschap op. Bij die gelegenheid ontvangt Bomme als blijk van waardering voor zijn lessen in het Natuurkundig Collegie een zilveren penning, waarvan de voorzijde het logo is van “Het Natuurkundig Gezelschap” en die anno 2007 in bezit is van het Koninklijk Zeeuws Genootschap der Wetenschappen (dat zelf in 1769 in Vlissingen was opgericht). De lessen worden verzorgd door vast benoemde lectoren en zogeheten docerende leden, die vanwege hun intellectuele prestatie geen contributie verschuldigd waren. De zogeheten contribuerende leden waren op grond van hun jaarlijkse financiële bijdrage vrijgesteld van het verzorgen van lessen. Wekelijks kwam het Gezelschap bijeen op maandagavonden tussen 1 November en 1 Mei van 6 tot 9 uur. Het leerboek “Leçons de physique expérimentale” van de franse abt Jean Antoine Nollet zou jarenlang aan de basis van de lessen staan.
Damesfysica
In 1785 zorgt Van de Perre voor een tweetal proeflessen voor een select gezelschap dames, voor het merendeel verwant aan de leden van het herengezelschap. Dominee Ballot (de grootvader van de latere Utrechtse hoogleraar Buys-Ballot), lector bij de heren, verzorgde de proeflessen en zou, na de oprichting van het Natuurkundig Genootschap voor Dames, ook door hen als lector in dienst worden genomen. De instrumentenverzameling werd met de heren gedeeld, waarbij werd voorgesteld dat de dames een bijdrage aan de uitbouw van de verzameling zouden leveren. Het Genootschap der Dames werd opgericht op 9 november 1785. Het zou ruim een eeuw blijven bestaan, tot het in 1887 ontbonden zou worden na al enkele jaren niet meer bijeen te zijn gekomen.
19e eeuw
Aanvankelijk gaat het het Gezelschap voor de wind. Met 85 leden bij de eeuwwisseling had men meer leden dan er plaatsen beschikbaar waren. De lessen blijven niet beperkt tot natuurkunde in de moderne zin van het woord, maar bestrijken alle exacte wetenschappen: wiskunde, sterren- kunde, natuurkunde, scheikunde, geologie, meteorologie, biologie (plantkunde, dierkunde, evolutie), farmacie en techniek (werktuigen). De lessen worden verzorgd door lectoren in dienst van het Gezelschap. Onder hen vinden we dominee C.H.D. Ballot, Johan de Kanter, Leendert Janse, dr. G. van Hennekeler, dr. F. Seelheim, dr. H. van Hall, dr. J.J. Couvée en dr. H. Japikse. Aan het eind van de eeuw experimenteert men met een andere opzet en verzorgen leden bij tourbeurt een les.
Enkele malen raakt het Gezelschap in een crisis, die noopt om wijzigingen in het toelatingsbeleid en contributie te bespreken. De oorzaak van de crises was gelegen in het bezit van een eigen gebouw, het Musæum Medioborgense, dat het Gezelschap na het overlijden van Van de Perre in 1790 geschonken kreeg door zijn vrouw, Jacoba van den Brande, en in het bezit van een uitgebreide verzameling instrumenten. Beide, gebouw en instrumentenverzameling, vergen naast kosten voor aanschaf immers vooral kosten voor onderhoud. Het gebouw werd gedeeld met huurders als het Zeeuws Genootschap der Wetenschappen, de Teekenakademie en het Damesfysica. Uit de huurinkomsten kon een deel van het onderhoud bestreden worden. Het onderhoud van de instrumenten gebeurde door een opzichter (instrumentmaker), die tevens proefopstellingen moest voorbereiden. Ook de lectoren ontvingen een salaris. Tweemaal overwoog het bestuur om ook vrouwen als leden toe te laten, maar tweemaal kreeg het voorstel geen meerderheid, waarschijnlijk omdat dames toch lid konden worden van het Damesfysica. In 1891 besloot het herengezelschap ook vrouwen als leden toe te laten. Het zou nog jaren duren voordat zij daadwerkelijk lid werden èn bleven.
20e eeuw
De opkomst van de Rijksburgerscholen vermindert de noodzaak van natuurwetenschappelijke educatie in verenigingsverband. Het Natuurkundig Gezelschap stopt met het geven van lessen door eigen lectoren en begint met het organiseren van lezingen over actuele ontwikkelingen op natuurwetenschappelijk gebied. Aanvankelijk worden de lezingen door eigen leden verzorgd, maar al binnen enkele jaren laat men dit los en worden onderzoekers van de universiteiten of uit het bedrijfsleven uitgenodigd. Gelukkig was het bestuur er vlak voor de eeuwwisseling ook in geslaagd om het Musæum Medioburgense van de hand te doen. Er zou een particuliere kostschool in gevestigd worden. De daarmee verworven financiële middelen werden deels belegd in eeuwig- durende staatsleningen en deels in de beter renderende aandelen van de Russische Spoorwegen.
21e eeuw
In 2005 viert het Gezelschap haar 225 jarig bestaan met een symposium. Met zwaartekracht als verbindend thema wordt getracht met een valproef vanaf de Lange Jan (vandaar die plaat achter de knoppenbalk) aan te tonen dat de valversnelling voor alle voorwerpen gelijk is. Drie lezingen, één over het DamesFysica, één over zwaartekracht als motor achter sterevolutie en één over ruimtevaart vormden de kern van het programma. Mr. Johan van de Perre was aanwezig om de belangstellenden naar de diverse locaties te begeleiden. Van deze gelegenheid is gebruik gemaakt om een aanvulling op de bestaande publicaties te laten verschijnen. In “225 jaar Natuurkundig Gezelschap Middelburg” vinden we, naast de samenvattingen van de sprekers en de openingsrede van de voorzitter, een tijdlijn met daarin de belangrijkste gebeurtenissen uit het bestaan van het Gezelschap, een overzicht van sprekers en onderwerpen van 1987-2005, het lustrumprogramma en een terugblik over de afgelopen 25 jaar door Huib Zuidervaart, de vorige voorzitter.
Deze lustrumviering is de laatste in een inmiddels lange traditie. De oudste viering waarvan bekend is dat die plaatsvond is het 100 jarig bestaan in 1880. Daarna zouden nog de vieringen van het 150, 175 en 200 jarig bestaan volgen.
Tenslotte dateert de laatste wijziging van de inmiddels tot statuten omgedoopte wetten alweer van 2007. Oorspronkelijk was de voortzetting van de vereniging, met de bijbehorende statuten, voor een bepaalde periode, afhankelijk van een Koninklijk Besluit. Sinds 1983 is de vereniging voor onbepaalde tijd aangegaan en kunnen de statuten eenvoudig door de algemene ledenvergadering worden vastgesteld.
In de residentie van Johan van de Perre in Middelburg
is momenteel het Zeeuws Archief gehuisvest

Leendert Bomme ontving kort na de oprichting van het Natuurkundig Gezelschap nevenstaande zilveren penning als blijk van waardering voor zijn niet aflatend ijveren voor een goede educatie in de natuurwetenschappen
Eén van de vijf aandelen Russische Spoorwegen, die het Natuurkundig Gezelschap aankocht als “solide” belegging van het verworven vermogen
De instrumentenverzameling bestond eind tachtiger jaren uit een veertigtal instrumenten en hulpmiddelen voor proeven inzake warmte, 57 voor proeven inzake licht, 31 voor experimenten met statische electriciteit, 47 voor experimenten inzake galvanische electriciteit, 33 voor geluid, 7 voor magnetisme, 26 voor geostatica en geodynamica, 28 voor proeven op het gebied van hydrostatica en hydrodynamica en tenslotte 17 voor experimenten inzake aerostatica en aero- dynamica. In totaal werden in de loop der jaren dus 286 instrumenten en hulpmiddelen verworven, deels vanuit het Damesfysica, om de lessen mee te verduidelijken. Tussen 1865 en 1889 sloot het Gezelschap een overeenkomst met het Rijk, waarin het Rijk het eigendom verwerft van de verzameling en waarin is bepaald dat het Gezelschap voortdurend het recht behoudt op vrij gebruik van de instrumenten ten behoeve van haar bijeenkomsten.
De eer, dat het Rijk een behoorlijke vergoeding betaalde voor de bij de Hoogere Burgerschool te Middelburg ondergebrachte verzameling, komt volgens dr. Schoute geheel toe aan de toenmalige voorzitter, dhr. J.H. Snijders. Van Benthem Jutting echter meldt dat na 1889 het Gezelschap en de R.H.B.S. ieder een deel van de verzameling huisvestten en middels inventarislijsten elkaar op de hoogte hielden.
De lezingen werden nu in zaaltjes op verschillende locaties gegeven. De Joris, de doopsgezinde kerk, de firma Alberts en de sociëteit de Vergenoeging worden door Schoute genoemd. Het omvangrijke archief van het Gezelschap is in 1940 verloren gegaan. Het bestuur had in 1923 het archief namelijk in bruikleen ondergebracht bij de gemeente Middelburg om een eind te maken aan de regelmatige verhuizing, die plaatsvond bij de komst van een nieuwe secretaris. Alleen inven- tarislijsten en de beide kasboeken (het eerste omvat de periode 1780-1914, het tweede de periode 1914-heden en wordt nog steeds gebruikt) resteren. De namen van de sprekers werden genoteerd in de kasboeken vanwege de (onkosten)vergoedingen die door de penningmeester moesten worden verantwoord.
Van 1941 tot en met 1949 werden geen lezingen georganiseerd. In 1949 stuurde het bestuur een brief rond waarin de hervatting van de activiteiten werd aangekondigd.
Een tweetal pagina’s uit het huidige kasboek, dat in 1914 in gebruik werd genomen
In het centrum van Middelburg be- vindt zich nog steeds het gebouw van het voormalig Musæum Medio- burgense, oorspronkelijk geheten “Het Gulden Vlies” en gelegen in de Latijnse Schoolstraat C 53.
In 1863 keurde het Rijk het gebouw af als geschikt onderkomen voor een Burgerschool.
In 1892 vestigde dhr. Linschoten zijn kostschool in het gebouw.

Net als in de vorige eeuw was de belangstelling tijdens de voordrachten sterk wisselend: nu en dan ruim voldoende, nu en dan zo laag dat het bestuur zich moest afvragen of het zo wel kon doorgaan. Nog in 1980, in het zicht van het 200 jarig bestaan van het Gezelschap, belegde het bestuur een algemene ledenvergadering met als agendapunt het voortbestaan van de vereniging (zie rechterbrief hierboven). Aan de sprekers en de onderwerpen lag het niet; in onderstaande lijst zijn enkele prominente vertegenwoordigers van universiteit en/of bedrijfsleven opgenomen, die het Gezelschap als spreker heeft ontvangen:
Hugo de Vries ‘Leer der erfelijkheid’
Johannes van der Waals
Hendrik Lorentz
Marcel Minnaert
H. Siedentopf ‘Kleiner dan klein’
F. Vening Meinesz ‘De tocht van Hr Ms K XVIII’
Jac. P. Thijsse
Gerard ‘t Hooft ‘Hoe nauwkeurig is de natuurkunde ?’
Vincent Icke ‘De kleinste deeltjes en de grootste knal’
Salomon Kroonenberg ‘De Kaspische zee’, ‘De aarde in rood, groen en wit’
Albert van Helden ‘De 17e eeuwse kijker en de wetenschappelijke revolutie’
R. Westendorp ‘Waarom worden wij oud ?’
Martin Veltman ‘Top quark of oneindigheden’